Ouderbrief Vreedzame School 2

 
Blok 2 Algemeen 

Overal waar kinderen met elkaar spelen en werken komen conflicten voor.  Met De Vreedzame School leren we de kinderen dat conflicten heel normaal zijn en dat ze bij het leven horen.

Wat belangrijk is, is hoe je er mee omgaat. Hoe los je op een positieve manier conflicten op? Hoe zorg je ervoor dat beide partijen tevreden zijn met de oplossing?

Een conflict hoeft niet uit te monden in ruzie. We spreken van ruzie wanneer het ene kind wil winnen ten koste van het andere kind. Eén partij is dan tevreden, de andere partij is de verliezer.

 

De kinderen leren dat ze bij een conflict eerst rustig moeten worden voordat ze na kunnen denken over een oplossing.

We noemen dat ‘afkoelen’.

Met de kinderen wordt besproken of een vaste plek in de klas een goede manier is om rustig te worden. We noemen dat een ‘afkoelplek’. Dat kan een hoekje zijn in de klas met een stoel en tafel, een boekje, een teken- blokje  en wat de kinderen meer bedenken.

Er worden ook afspraken  over gemaakt , bijvoorbeeld dat je er niet langer dan 10 minuten mag blijven. De juf of meester houdt het in de gaten, ook als een kind dan nog niet afgekoeld is.
 

Wij starten met de lessen uit Blok 2 (We lossen conflicten zelf op). Het doel van de lessen in dit blok is kinderen te leren om op een positieve manier met conflicten om te gaan.

De lessen zijn onder andere gericht op het verschil tussen conflict en ruzie. Een conflict is een verschil van mening: je wilt bijvoorbeeld allebei iets anders doen of hebben. Bij een conflict wil je een oplossing bedenken waar je allebei tevreden mee bent. Je zoekt naar win-win oplossingen.

Conflicten horen bij het leven. Wanneer conflicten met geweld gepaard gaan, spreken we van ruzie. We leren kinderen dat je op drie manieren kunt reageren op een conflict. Of je loopt weg, je zegt niet wat je ervan vindt. Of je reageert agressief, je bent boos en wordt driftig. Of je staat stevig, je komt op voor jezelf en houdt ook rekening met de ander: je zoekt naar een win-win-oplossing.

In groep 1 en 2 leren de kinderen zelf hun conflicten  op te lossen  met behulp van de LOS HET OP-KAART. In groep 3 tot en met 8 leren de kinderen dat  met behulp van het stappenplan PRAAT HET UIT. In de bovenbouw gaan de lessen over kritisch naar jezelf kijken, hoe je met je eigen mening en met kritiek omgaat. En wordt ook gekeken naar conflicten in de wereld en de rol van de  Verenigde Naties.

Kinderen begrijpen heel goed waarom afkoelen belangrijk is. Je komt anders niet verder met het zoeken naar een oplossing.
 

In Blok 1 ‘We horen bij elkaar’ hebben de kinderen geleerd:

 

- om te praten over de sfeer in de groep
- om elkaar opstekers te geven, iets positief te zeggen over iemand en wat

  dat met iemand doet

- om een takenlijst voor in de klas te maken en de taken eerlijk te verdelen

- dat iedereen een eigen mening mag hebben

- om met de klas een afsprakenposter te maken waarop staat hoe je met

  elkaar omgaat

- dat er ook regels zijn die de leerkracht aangeeft

- om samen te werken

- om een boek te maken dat over henzelf gaat: dit ben ik (groep 8)

 

Tip voor thuis

Hoort u van uw kind over ‘opstekers’ en ‘afbrekers’?

Vraag er naar en praat er over.

Laat uw kind weten wanneer hij of zij  een ‘afbreker’ aan iemand geeft.
Vraag hoe dat voor die ander is.

Stimuleer om ‘opstekers’ te geven.  Doet u dat zelf ook naar uw kind en noem daarbij dan de term ‘opsteker’.


Aan de ouders van de kinderen uit groep 1 en 2: bespreek de kletskaart van blok 2 met uw kind, bijvoorbeeld: “Wat doen Aap en Tijger als ze ruzie hebben? Wat hebben ze geleerd over ruzies oplossen?”
 

Verslag van een meisje uit groep 3

Eerst gingen we in de kring zitten.

 

Juf liet de wereldbal rondgaan.

Ze vroeg ‘Wat vind je leuk om te doen?’

B.  zei dat hij voetballen leuk vindt.

T.  zei het leuk te vinden om buiten de spelen met N.en B.

 

Juf had 3 borden gemaakt waarop staat: 1. Mee eens/ 2. Niet mee eens/ 3. Weet niet.

Daarna vroeg juf om bij verschillende vragen te kiezen uit de meningen die op de borden staan.

De juf vroeg bijvoorbeeld ‘vind je voetballen leuk’/ ‘vind je dat je je eigen bed moet opmaken’/ ‘vind je het leuk om naar school te gaan’. Ik heb gezegd dat ik graag naar school wil, want daar kan ik leren lezen.

De juf zei dat je zelf mag weten wat je denkt.  Je moet niet achter je vriendje of vriendinnetje aan lopen.

Ze zei: denk na over je eigen mening.
 

Op bezoek in groep 5

De vorige keer hebben de leerlingen aangegeven met wie ze vaak samenwerken en met wie nooit. De meester heeft tweetallen gemaakt en noemt de namen op. Deze tweetallen gaan samen een opdracht doen. Het doel is: leren samenwerken ook met kinderen die je niet zou kiezen. De tweetallen zoeken een plekje op in het lokaal. De meester zegt: ‘We gaan straks een toneeltekstje spelen waarbij je goed met elkaar moet overleggen. Je moet overleggen hoe je het gaat spelen, wie speelt wat. De opdracht is: een verkoper en een klant spelen. Je krijgt 1 minuut om te overleggen, dan gaan we het spelen’. De kinderen overleggen. Dan gaan ze het toneelstukje spelen. K.  en B.  mogen beginnen. ‘Hallo, ik wil die bekers kopen’. ‘Dat is dan 10 euro’. ‘Mag ik pinnen?’. ‘Natuurlijk, wilt u een tasje?’.  ‘Graag.’ B.  verlaat de winkel. Applaus.

De volgende twee. ‘Tring, ik wil graag dit boek kopen’. ‘Dat is dan 20 euro’. ‘Alstublieft.’ Applaus. De kinderen hebben duidelijk plezier tijdens het spelen, er wordt veel gelachen. De meester vraagt: ‘Wat hebben we geleerd? Je kunt met iedereen samenwerken’. Deze regel schrijft de meester op de poster ZO WILLEN WE HET IN ONZE GROEP. De meester zegt: ‘We gaan nu praten zonder woorden. Ik zeg iets en jullie gaan dat zonder woorden met je gezicht laten zien. Hoe zou je gezicht eruit zien als je een hele goed mop hoort. Laat maar zien. Volgende. Hoe zou je gezicht eruit zien als je iets zieligs hoort?’ De kinderen laten het zien. Dan is de les alweer afgelopen.
 

Een vraag aan een leerling uit groep 6:

Hoe ging het verdelen van de taken in de klas?

 

E. vertelt dat ze met z’n allen taken hebben bedacht  voor in de klas en deze hebben verdeeld onder elkaar. Ze vindt het eigenlijk wel zo eerlijk dat alle kinderen uit de klas mogen meebeslissen in het takenschema voor de klas: ‘Ik heb gekozen voor kasten netjes houden, ik vind opruimen leuk.’
 

Op bezoek in groep 8

De kinderen zitten in de kring. Juf begint met een  spelletje waar informatie en beweging aan de orde komen. Ze noemt verschillende huishoudelijke taken en vraagt iedereen die zulke taken thuis soms vervult, om op te staan. Verschillende taken komen aanbod: zelf je bed opmaken, zelf je brood smeren, jezelf aankleden, je eigen kamer opruimen, de auto wassen zonder ervoor betaald te worden, passen op broertje/ zusje, tafel dekken, de afwas doen, met boodschappen helpen etc. Soms staan bijna alle kinderen op (tafel dekken), soms zitten ze bijna allemaal (bij zelf naar bed gaan zonder aandringen van de ouders!). Echt herkenbaar!

 

Daarna mogen ze in groepjes van 3 aan elkaar vertellen wat voor taken ze af en toe in het huishouden doen. Ze kunnen ook de taken van hun broer/ zus of ouders noemen. Vervolgens moeten ze in de kring vertellen wat de anderen van hun groepje thuis doen. Wat blijkt nou: sommige weten dat niet, ze hebben niet goed geluisterd naar de anderen! Dit is natuurlijk iets wat belangrijk is als je goed met elkaar wilt communiceren.

 

Daarna gaan ze samen bepalen wat voor ‘huishoudelijke’ taken er zijn in hun klas. Verschillende ideeën komen naar voren –planten water geven, boekenkast opruimen, vloer vegen etc. Er wordt met elkaar bepaald dat elke taak door twee personen uitgevoerd moet worden. Door taken te wisselen komt iedereen met alles aan de beurt.
 

In de week van 21 november a.s. zijn de individuele oudergesprekken.

In het lokaal van uw kind zult u de Vreedzame School zeker tegenkomen!

 

Wilt u meer weten over De Vreedzame School dan kunt u kijken op www.devreedzameschool.nl

of natuurlijk langskomen op school.